|
|
Er wordt enorm veel geschreven over hardlopen. Maar er is maar weinig informatie over sprinten. Sprinten doe je van start tot finish met maximale inspanning, maximaal 60 seconden. Maar ook bij andere sporten zoals wielrennen, zwemmen, roeien en ook voetbal en hockey spreek je van een sprint. Bij deze maximale inspanning verdeel je je krachten niet en de maximale zuurstofopname is niet voldoende om de benodigde energie te leveren.
Anaerobe energie
Voor een sprint is explosieve kracht vereist, het vermogen om zeer snel dynamische kracht te ontwikkelen (binnen 1 seconde). ATP is de belangrijkste energiebron voor het ontwikkelen van explosieve kracht. Een spier bevat ongeveer voor 1 seconde ATP. Voor de snelheid om een sprint 5 tot 30 seconden vol te houden bevat de spier naast ATP, creatinefosfaat. Creatinefosfaat wordt omgezet in ATP maar de voorraad hiervan is ook beperkt. Ook dit energiesysteem heeft geen zuurstof nodig (is anaeroob). Wanneer je een krachtsinspanning ongeveer 1-2 minuten vol moet houden zoals bij de 400 of 800 meter hardlopen is de voorraad creatinefosfaat niet voldoende. Spierglycogeen wordt dan zonder zuurstof omgezet in ATP en melkzuur. Dit systeem is sneller dan een omzetting van glycogeen in glucose waarna er daarna alsnog met zuurstof ATP van wordt gevormd. Melkzuur wordt echter in verband gebracht met vermoeidheidsverschijnselen waardoor de effectiviteit van dit systeem bij langere inspanning afneemt.
Voeding voor sprinters
Ondanks dat er veel minder over sprinters wordt geschreven dan over duuratleten, gelden er wel enkele algemene regels. Een aanbeveling is een voeding die relatief meer eiwit bevat dan een voeding voor duursporters maar ook een ruime hoeveelheid koolhydraten. De hoeveelheid spierglycogeen, die ruim voldoende zou moeten zijn, heeft namelijk wel een invloed op de snelheid. Voor een snel herstel moet daarom de voeding toch relatief veel koolhydraten bevatten. Een voeding met relatief meer eiwit heeft alleen maar zin als er ook voldoende energie binnenkomt. Anders worden de extra eiwitten als extra energiebron gebruikt.
Supplementen
Behalve een goede multivitamine is het voor sprinters nuttig om een afweging te maken voor een tweetal supplementen. Of het wel of niet ethisch is om deze stoffen te nemen die niet op de dopinglijst, laat ik hier buiten beschouwing.
Het bufferen van de melkzuurproductie voor een wedstrijd met alkalizouten zoals natriumbicarbonaat heeft effect. De prestatie kan daardoor verbeteren. Het heeft echter alleen effect bij maximale inspanningen van 45 sec tot een minuut of 6. Nadelen zijn bij sommige atleten maagdarmklachten en bij een te hoge dosering kan alkalose optreden met klachten als spierkrampen en hartritmestoornissen.
Ook creatine zou zinvol kunnen zijn voor sprinters. Met name vegetariers zijn gebaat bij een creatine-inname. Maar onderzoeken naar het effect zijn niet eenduidig. Bij herhaalde korte sprints lijkt er effect te zijn wat bij bijvoorbeeld een 60 m sprint of 25 m zwemmen niet gezien wordt. Ook over de periode en dosis van creatinesuppletie zijn onduidelijkheden. Maar omdat het nauwelijks nadelige effecten kent en het er wel op lijkt dat training door supplementatie langer kan worden volgehouden op hogere intensiteit, kan creatine voor sprinters zinvol zijn. Ook veldsporters zoals voetballers kunnen baat hebben bij creatine.
Vanwege de toename van lichaamsmassa tot ruim twee kilo is creatinesuppletie niet zinvol voor duursporters ook al omdat creatinefosfaat niet een belangrijke energiebron voor hen is. En ook hier geldt weer dat supplementen, als ze al nuttig zijn, alleen zin hebben wanneer er voldoende energie en voedingsstoffen via de voeding binnenkomen.
Terug >>
|
 |
|