|
Misverstanden over eten en sporten
-Zo weinig mogelijk eten na het sporten, dan val je af.
Niet waar.
Na het sporten moet je áltijd iets eten, al is het maar iets kleins. Liefst iets met koolhydraten erin, zoals een bakje magere yoghurt met fruit en muesli of een krentenbol. Op deze manier vul je de glycogeenvoorraad in je spieren weer aan, waardoor deze zich herstellen en je de volgende keer weer goed kunt presteren. Eet je niets, dan kun je het sporten op den duur minder lang volhouden. Waardoor je dus ook minder afvalt als dat je doel is.
-’s Avonds na het sporten kun je beter niet meer eten want alles wat je na 20.00 uur eet, wordt niet meer verbrand door je lichaam.
Niet waar.
De verbranding gaat de hele nacht door. Je moet na het sporten wél eten zodat je lichaam zich kan herstellen. Let hierbij wel op de totale hoeveelheid voedsel die je die dag al hebt gehad.
-Van sporten op een nuchtere maag val je extra af.
Niet waar.
Als je wél eet voor het sporten, presteer je beter. Eet je niet, dan heb je niet genoeg koolhydratenvoorraad in je lichaam en gaat je lichaam over op vetverbranding. Klinkt goed? Nee, want het betekent dat je maar 60 procent van je capaciteit kunt gebruiken. Waardoor je per saldo minder energie verbrandt dan wanneer je wél iets hebt gegeten voor het sporten. Daarnaast gaat het sporten veel minder fijn, zodat je op den duur misschien niet meer zo gemotiveerd bent om te gaan sporten.
-Met langzaam sporten verbrand je het meeste vet.
Niet waar.
Je verbrandt altijd een mengsel van vet en koolhydraten. Bij lage intensiteit (rustig trainen) verbrand je relatief meer vet. Deze verhouding verschuift meer naar koolhydraten wanneer je vergevorderd bent en intensiever gaat trainen. Maar omdat je bij intensievere training meer energie verbruikt, zul je absoluut gezien ook meer vet verbranden.
Verder >>
|
|