Bodylotion is vloeibaar vet


Vet houdt vrouwen behoorlijk bezig. Onze vrouwelijke vormen zijn er bijvoorbeeld van afhankelijk, vet maakt namelijk het verschil tussen cup A of dubbel E. Het klinkt oneerbiedig maar bij een gebrek aan vet in onze beha’s vullen we het desnoods op met siliconen. Op andere plekken willen we graag weer het vetpercentage van een gemiddelde slanke vent. Waarom vet juist op buik, billen en benen blijft zitten, komt door dezelfde hormonen die ervoor zorgen dat we minder behaard en gespierd door het leven gaan dan de mannen om ons heen. En misschien zijn het ook wel deze hormonen die ervoor zorgen dat we altijd wel wat te zeuren hebben. Over de rommel in huis, volgepropte vuilniszakken, deksels die niet goed vastgeschroefd zitten en uiteraard ook over te dikke billen met putjes. Dat jij en ik een buikje hebben, is iets waar Marilyn Monroe of welke andere pin-up uit de jaren vijftig niet van wakker lag. Maar tegenwoordig is een zacht, supervrouwelijk buikje niet meer iets waar we trots op zijn. We zien het als hardnekkig vet. Vet dat weg moet. Vet waarvan we hopen dat het in een middagje zomerzon wegsmelt.

En ja, dat gebeurt natuurlijk niet. Het enige vet wat wel smelt, gaat in de (frituur)pan en dát vet zou ons veel meer moeten bezighouden. Vet dat smelt op lage temperatuur is namelijk gezonder dan vet dat pas smelt in een hete pan. Het voedingscentrum heeft een mooi ezelsbruggetje bedacht: vast of verzadigd vet is verkeerd en vloeibaar of onverzadigd vet is oké. Maar zo simpel is het nog niet. Zo kreeg ik van een lezeres de vraag of palmolie nu wel of niet goed is. In de tropen is palmolie vloeibaar, maar in Nederland vast. Is palmolie dan in de tropen gezond en in Nederland niet? En wat te denken van slagroom: dat is vloeibaar en toch weten we allemaal dat slagroom niet echt gezond is. Ook margarine uit een kuipje is verwarrend: niet vloeibaar en toch volgens veel voedingsdeskundigen gezond op brood.

Dat het een verwarrend onderwerp is bleek wel in de snackbar in mijn dorp. Er hing een mooie sticker op de deur dat er verantwoord gefrituurd werd, maar op mijn vraag of ze in vloeibaar of vast vet bakten, barstte de frietbakker in lachen uit: “Als het vast vet zou zijn dan zouden de frieten er bovenop blijven liggen!” Ben ik verder maar niet op ingegaan. En al zou hij vast frituurvet gebruiken, ik vind het pedagogisch onverantwoord om mijn kinderen géén friet te laten eten. Mijn kinderen weten inmiddels dat patat voor af en toe is, net als chips en andere vette zaken. Ongemerkt steken mijn kinderen heel wat op over goede en minder goede voedingsmiddelen en ik vraag me wel eens af of dat gezond is. Bijvoorbeeld toen ik één van mijn jongens ooit insmeerde met bodylotion na een middagje zwembad. “Wat is dat eigenlijk, mam?” Ik antwoordde dat bodylotion een smeerbaar vet is wat je velletje soepel houdt. “Aha,” was zijn reactie, “gezond vet dus!”
Reacties

Verkreukelde mandarijnen


Vanaf oktober zijn er weer volop mandarijnen te koop. U weet wel, die leuke oranje bolletjes die zo handig zijn om mee te nemen naar school en werk.
Sommigen zien mandarijnen vooral als verantwoord stylingonderdeel van de fruitschaal. En je hebt uiteraard ook mensen die ze kopen omdat ze op een andere manier verantwoord zijn. Twee stuks fruit per dag is gezond. In de winkel shoppen ze nog vol goede moed een netje maar eenmaal thuis wordt het fruit eten weer vergeten. Want ze vinden een mandarijntje pellen zo’n gedoe of ze zijn bang zijn dat er pitjes in zitten.

Maar een mandarijn houdt niet van op de fruitschaal liggen. Die raakt uitgedroogd en keihard. Of erger, hij straft je met een soort Russische roulette: ben je net lekker mandarijnen aan het eten, zit er plotseling een vieze mandarijn tussen! En aan de buitenkant kun je niet zien welke dat is...
Mandarijnen kun je het beste koel bewaren, bijvoorbeeld in de groentelade van de koelkast.

Een andere categorie mensen weet dat. Want die zijn gek op de friszure mandarijn die vanaf oktober weer volop te krijgen is. Zij kunnen ook een clementine van een satsuma onderscheiden. Sommigen zeggen zelfs rustig te worden van het pellen van een mandarijn. Heel mindful peuteren ze al het wit van de partjes af. En ze eten gerust een heel netje achter elkaar op. Zonder zich af te vragen of twee mandarijnen voor één stuks fruit staan.
Weer een andere categorie mensen, meestal nog jong, gaan uit zichzelf niet voor een mandarijn. Maar ze vinden het best lekker als mama een mandarijn voor ze pelt.

En dan heb je nog de laatste groep mensen. Zij worden in november, rond Sintmaarten gevreesd door kinderen met lampionnen. Deze categorie bedoelt het goed en ziet de mandarijn als hét alternatief voor snoep. Sta je daar op 11 november met je zelf geknutselde lampionnetje een liedje af te raffelen. En dan krijg je geen snoep maar een mandarijn in je tas van deze goedwillende uitdelers. Als je die vergeet wordt een mandarijn een klein drama in de tas. Omdat hij geplet wordt. Of omdat je hem niet meteen opeet en dan verandert in iets onsmakelijks. Waardoor je wekenlang, zelfs als je moeder al het wit eraf haalt, geen mandarijntje meer hoeft. En dat was toch niet de bedoeling.



(dit bericht is eerder verschenen in het magazine van DEEN supermarkten)
Reacties (1)

Kloosterbonen


Dit weekend verbleef ik in een klooster. Of eigenlijk in het stiltecentrum van de Sint Willibrordsabdij in Doetinchem. Dat maakt mijn eerste bonenestafettedag (zie www.bruinebonenbende.nl) lastig. Eten in een klooster is weliswaar sober. Maar monniken bidden niet alleen voor bruine bonen. Bij het ontbijt met brood, de warme maaltijd ’s middags en de broodmaaltijd ’s avonds stonden geen peulvruchten gepland. En invloed op de keuze is als gast ernstig beperkt.

Bij het ontbijt heb ik naast pindakaas op mijn brood (pinda’s zijn tenslotte peulvruchten) daarom voor mijn medegasten een bonenpreek afgestoken. Het is iedere keer weer verrassend dat het peulvruchtenverhaal in vruchtbare aarde valt. Net zoals veel mensen weten mijn toehoorders wel dat peulvruchten een mogelijkheid zijn. Maar ondanks alle voordelen van ‘de boon’ realiseren ze zich dat het te weinig op het menu staan. Dus bekeren tot het bonengeloof was niet nodig. Maar ik heb ze allicht weer een beetje warm gemaakt voor een maaltijd met bonen deze week.

Omdat ik in tegenstelling tot de monniken één keer per dag prediken wel genoeg vind, trok ik me daarna terug in de bibliotheek. Tot mijn verrassing stonden er niet alleen boeken over mindfulness, boeddhisme en van Anselm Grün (die inspireert tot spirituele en duurzame landbouw), maar ook een kookboek van Zuster Chiara Bots. Zij is claris van het klooster Sint-Josephsberg in Megen. Roerend in de pap kan zij God beleven en ondertussen heeft ze per seizoen veel verschillende recepten op papier gezet.

Ik ben niet gelovig en blijkbaar loop ik rond met allerlei vooroordelen over monniken en zusters. Maar het is opvallend hoe modern het kloosterleven klinkt. Biologisch tuinieren is bijvoorbeeld een vanzelfsprekendheid want Gods akker wil men niet vervuilen. De moestuin levert zoveel mogelijk verse producten voor de maaltijd, restjes worden hergebruikt en men leeft en eet naar de seizoenen. Werken in de moestuin en samen eten van de met zorg gekookte maaltijd geeft een gevoel van verbondenheid met het grote geheel. En volgens kenners is licht werk in de tuin te vergelijken met mediteren.

Het boek bevat grappige recepten zoals een gelei van paardebloemen en zelf yoghurt maken. Overigens opvallend veel recepten met linzen en bonen. Zuster Chiara is dol op kapucijners maar vindt ze moeilijk te krijgen. Zou ze zich realiseren dat de naam van deze peulvrucht komt van de de bruine pij van de Kapucijner monniken? In ieder geval staan kapucijners nu weer te pronken in de tuin met hun paarswitte bloemen. Ze worden door de zusters zo van het land gegeten maar ook gedroogd en gedopt voor de wintermaanden. En omdat er enkele zusters uit Indonesië in het klooster wonen is het genoemde recept met kapucijners best exotisch:

Kapucijners met kerrie en groenten
(voor 4 personen)
250 g kapucijners – gedroogd
2 kleine uien
teentje knoflook
1-2 tl kerriepoeder
2 preien
2 paprika’s
1 aubergine
klein blikje tomatenpuree
ketjap, zout
boter om te fruiten

Gedroogde kapucijners een nacht weken en koken in het weekwater. Zuster Chiara kookt ze altijd even flink door en zet daarna de pan in de hooikist. Het maken van de hooikist wordt ook in het boek beschreven maar de pan in bed zetten met het dekbed erover heen, schijnt ook te werken. Na anderhalf tot twee uur zijn de kapucijners dan gaar. Uien snipperen, knoflook door de knijper en samen met de kerrie fruiten. Dan de in ringen gesneden prei erbij, de fijngesneden paprika en in blokjes gesneden aubergine meebakken. Tomatenpuree erdoor met ketjap en zout naar smaak. Kapucijners en eventueel wat kookvocht om het smeuïg te maken. De zusters eten dit graag met zilvervliesrijst.

Het is een recept dat het in de gemiddelde studentenkeuken vast goed doet. Maar zoals de zusters zelf zeggen: “Als je je realiseert wat er allemaal nodig is geweest om het eten op je bord te krijgen, waardeer je het des te meer.”
Reacties

Leve AGV!

Ik heb veel kookgekken en eetliefhebbers in mijn omgeving. En net als ik, houdt u ook vast van heerlijk eten. Daarom voelt het alsof ik een bekentenis ga doen.

Op vakantie eet ik over het algemeen erg lekker. Maar na een dag in de auto vanaf een zuidelijk vakantieadres krijg ik ongelofelijk veel zin een Hollandse prak. En dat vertaal ik bij thuiskomst bijna altijd in kruimige aardappelen, diepvriesspinazie en een rundervink met jus. Geen culinair hoogstandje, ik weet het. Maar ik verheug me er dan echt op. “Oh, lekker mam!” is daarnaast de fijne reactie van mijn zoons. Waardoor ik iedere keer weer word aangemoedigd hetzelfde kostje op tafel te zetten na een lang of kort verblijf in het buitenland.

Ik wil hier dan ook een lans breken voor AGV (aardappelen, groente en vlees). Typisch Hollandse kost waar we soms een beetje denigrerend over doen. Sinds de jaren zestig in de vorige eeuw is de opmars begonnen van pasta, rijst, hartige taart en wraps. Inmiddels komt er het grootste gedeelte van de week een exotisch eenpansgerecht op tafel en schrikken veel mensen terug van een kilootje aardappels schillen.

Maar er is helemaal niks mis met AGV. Allereerst bestaat de helft van je bord uit groente terwijl dat bij de meeste buitenlandse gerechten maar de vraag is. De aardappelen zijn niet alleen vezelrijk maar leveren ook nog eens veel vitamine C. Verder een lekker stukje vlees, kip of vis voor de smaak en de bouwstoffen. Wat overigens best vervangen mag worden door iets vegetarisch. En na de vakantie is het overigens erg prettig dat het gemiddelde bordje AGV minder calorieën bevat dan spaghetti bolognaise, nasi goreng met saté of rijst met kipkerrie.

AGV in 2011:

- In september starten veel mensen met lijnen om de vakantiekilo’s kwijt te raken. Stop met speciale diëten en ga in deze maand aan de AGV! Vul deze warme maaltijd aan met een ontbijt en gezonde lunch. Een makkelijke, goedkope en gezonde manier om een paar kilo af te vallen.
- Gezond AGV bestaat uit 150-200 g groente, 150-200 g gekookte aardappelen en 100-125 g vlees, vis, kip of vleesvervanger.
- Kies voor (vette) vis of magere vleessoorten zoals tartaar, biefstuk, kipfilet. Of vraag op de vleesafdeling naar suggesties.
- Bak vlees of vis in een eetlepel vet per persoon. Kies olijfolie, bak-en-braad of mix van boter en olie. Dit is de basis voor een gezonde en magere jus. Zelfgemaakt is het lekkerst maar een zakje jus erbij kan best.
- Vindt u 200 gram sperziebonen ook een beetje veel op uw bord? Uw dagelijks portie groente wordt aantrekkelijker wanneer u voor meerdere soorten kiest. Of serveer bijvoorbeeld naast gekookte groente ook wat salade of rauwkost.
- Een uitje, wat champignons of kruiden maken uw jus en maaltijd aantrekkelijker. En het telt ook nog eens mee bij uw dagelijkse 200 gram groente. En een augurkje of komkommer in het zuur? Gewoon meetellen bij uw portie groente.

Verschenen in D-magazine september 2011

Reacties

Water


Waar denk je aan als je het woord zomer hoort? Dat vraag ik mijn zoon van elf. Ik denk zelf aan lekker fietsen in korte broek en niet aan lange mouwen en capuchons. Maar het eerste waar hij ondanks het weer op komt is op een luchtbedje dobberen en cocktails drinken! Liever nog wil hij zelf van een wildwaterglijbaan glijden. Dan mag ik van hem wel op een luchtbedje liggen.

Klinkt ook best goed. En voor een heerlijke cocktail ruil ik bij echt zomerweer mijn fietsje en korte broek graag om voor bedje en bikini. Want van in het zonnetje liggen krijg je dorst. Veel drinken is goed voor je. Zeker in een warme zomer. Je hebt dan snel meer nodig dan de normale anderhalve liter vocht per dag. En in de hitte hebben de meeste mensen niet zoveel zin in koffie en thee.

Een lekkere fruitige en koele cocktail is dan heerlijk. Maar dan wel zonder tic. Van alcohol moet je eigenlijk afblijven in de zon. Een koud biertje of een koele rosé klinkt aantrekkelijk in de middagzon. Toch is het als dorstlesser een slecht idee omdat het vocht onttrekt aan je lichaam en het nog sneller dan normaal naar je hoofd stijgt. En frisdrank is geen goed idee omdat er veel suiker in zit. Daar krijg je niet alleen veel calorieën mee binnen. Je krijgt door al die suikers alleen maar meer dorst.

Zomerfruit zoals perziken en aardbeien bevatten heel veel vocht en relatief weinig suikers. Het mooie van fruit is dat het naast vocht ook nog vitaminen, mineralen en vezels levert. Een stuk watermeloen is helemaal een topper. Beetje zoet met heel veel sap en dus een perfecte dorstlesser. En wist je dat in watermeloen ook veel lycopeen zit wat zelfs een beetje beschermt tegen zonnebrand?

Ik zou dus met een smoothie van aardbeien en watermeloen helemaal goed liggen in de zon. Overigens staat water bij mij op nummer één. Verveelt nooit, plakt niet, komt gratis uit de kraan en dat allemaal zonder calorieën. Helaas komt dat deze zomer ook met bakken uit de hemel....

eerder in iets gewijzigde vorm verschenen in het huisblad van DEEN supermarkten
Reacties

Prei is een aanwinst voor je tuin


Ik heb een moestuin. Of eigenlijk is mijn moestuin al vijf jaar een project waar ik in januari grootse plannen mee heb. Elke winter droom ik van grote stronken rabarber in mei, rijtjes bietjes en worteltjes in juni en lange zomers vol verse sla. Helaas stranden mijn fantasieën meestal medio maart als er gespit en geschoffeld moet worden. Tekort aan tijd is natuurlijk het beste excuus. Maar dat komt natuurlijk omdat mijn prioriteiten meestal niet liggen bij het braakliggend stukje achtertuin. Het onkruid wieden probeer ik nog wel eens uit te besteden. Mijn kinderen slepen er vaak een prima deal uit. Bijvoorbeeld een liedje downloaden voor een vierkante meter schone zwarte aarde.

Af en toe lukt het om een reepje grond moestuinklaar te maken zodat er wat geplant kan worden. In 2009 heb ik een dozijn jonge preitjes gekocht om uit te zetten op de plek waar ze groter konden groeien. De preitjes stonden mooi in wat slordige rijtjes door de tuin. Ik had namelijk niet genoeg omgespit voor een keurig peloton. Helaas was ik de preitjes vergeten. Prei is weliswaar erg lekker maar ook het hele jaar voor weinig te koop. Zelfs helemaal schoon en voorgesneden. Niks mis mee en lekker makkelijk.

Mijn dappere preitjes hebben de zware winter van vorig jaar overleefd. En wel zo goed dat ze, inmiddels dikke joekels van preiplanten, mij in de zomer van 2010 aangenaam verrasten. Gigantische bloemen verschenen er her en der in de tuin. En zelfs deze winter staan de bloemen nog parmantig boven het onkruid uit. Kortom, prei is een aanwinst voor je tuin. Maar mijn prei in de pan komt gewoon uit de winkel.

Eerder verschenen in maandelijks magazine van DEEN supermarkten
Reacties
bekijk oudere blogs...